Het is zo’n gewone avond, dacht ik.
En het sneeuwt!
Laat ons eens iets anders doen, dacht ik opnieuw.
Ik zei tegen de blondine van naast de deur: zeg, gaan we es iets anders doen?
Ze zei: ik ga mee zwemmen!
Ik zocht mijn badpak en vond er geen.
Dan maar in mijn blootje met daarop een bikini huppeldepup door de sneeuwvlokken naar het zwembad om de hoek.
Ondertussen al vijf jaar geleden dat ik daar baantjes ging trekken.
Sportief, zo ben ik wel.
Als blondines waren we daar opnieuw de ideale schandpaal.
We hadden een baan ingepikt. Gniffel gniffel.
Als blondines zijn we namelijk sluw en onberekenbaar.
Die blauwe ogen kunnen kijken in het water, weet je wel.
Die lange benen zijn gemaakt om op je te stampen. Gniffel gniffel.
Maar we waren dus ook ijverig bezig met zwemmen!
En tegen een uur of half zeven was het, geloof ik.
Plots de nostalgie van een zwemleerkracht die binnenkomt. Witharig. Oude beentjes. Nieuwe zwemshort.
Vijftien jaar geleden haalde hij me uit het zwembad en declareerde: ‘Meistje, jij wordt nooit ofte nimmer een professional. Je benen doen hun eigen ding. En ik kan niet tegen die willekeur van je tenen.’
Ik dook toen tot ik eruit zag als een roodborstje.
Ik zwom als een verdronken vlinder.
Ik ademde gezwind.
Ik kreeg een medaille voor eervolle deelname.
Nu ben ik wel content met eigenzinnige benen en tenen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten